Octrooiering van software
Zowel de Rijksoctrooiwet 1995 als het Europees Octrooiverdrag beschouwen software op zichzelf niet als een octrooieerbare uitvinding. Software op zichzelf, zonder het product of de werkwijze, is niet met een octrooi te beschermen.Dit wil echter niet zeggen dat software geen onderdeel kan zijn van een octrooi. Als met software een fysiek technisch product of een technische werkwijze verbeterd wordt, is octrooibescherming voor de combinatie van die software met een technisch product of technische werkwijze mogelijk.
Het inventieve van de uitvinding moet op het technische gebied liggen en de stand van de techniek verrijken. Denk bijvoorbeeld aan een motormanagementsysteem met verbeterde software waardoor de motor zuiniger draait. De techniek verrijkt door toepassing van de verbeterde software in producten of werkwijzen.
Hard- en software
Omdat octrooien bestaan om technische uitvindingen te beschermen, is de combinatie van software met een technisch product of een technische werkwijze octrooieerbaar. Een slim financieel product dat alleen met een computer werkt, is uitgesloten van octrooibescherming, omdat het inventieve op het financiële vlak ligt. Het programmeren van het unieke financiële product levert geen technische bijdrage. In dat geval is octrooibescherming uitgesloten.
Richtlijn
In 2002 diende de Europese Commissie een voorstel in voor een richtlijn. Uitgaande van de praktijk van het Europees Octrooibureau moest die richtlijn duidelijk maken waar de grenzen liggen van de octrooieerbaarheid van 'in computers geïmplementeerde uitvindingen'.
Na amendementen van het Europees Parlement op dit voorstel in het najaar van 2003 om de octrooieerbaarheid sterker aan banden te leggen, kwam de Europese Raad voor Concurrentievermogen in mei 2004 tot een politiek akkoord over een gewijzigd voorstel. In dit gewijzigde voorstel was echter geen ruimte voor alle (soms vergaande) amendementen van het Europees Parlement. Medio 2005 besloot het Europees Parlement daarom om het richtlijnvoorstel voor de octrooiering van ‘in computers geïmplementeerde uitvindingen' af te wijzen. Hiermee kwam een einde aan een heftige discussie tussen voor- en tegenstanders van de richtlijn. Tegenstanders vreesden dat de richtlijn de octrooiering van triviale software zou bevorderen en daardoor innovatie zou belemmeren.
